Hoe plaats ik funderingsbalken?

  1. Monteer de eerste wandlaag in elkaar.
  2. Meet de afstand tussen de profielen. Zowel breedte als diepte.
  3. Zaag de funderingsbalken in verstek.

Zorg ervoor dat het breedste punt van de opstaande rand gelijk is aan de afstand tussen de profielen, die net is opgemeten.

  1. Wanneer de funderingsbalken in verstek gezaagd zijn (onder de eerste wandlaag geschoven zijn én de afmetingen kloppen) kunnen de balken aan elkaar gekoppeld worden door middel van schroeven.
  2. Ten slotte koppel je de eerste wandlaag aan de funderingsbalk. Wederom doe je dit door middel van schroeven. Hierdoor voorkom je verschuiving van de funderingsbalken.

Hoe plaats ik betonpoeren?

  1. Meet waar de betonpoeren moeten komen.

Doe dit erg precies. Ze zijn namelijk erg lastig te verplaatsen wanneer ze eenmaal staan.

  1. Graaf een gat waar de poeren moeten komen.
  2. Plaats, bij voorkeur, een betontegel onder in het gat. Dit wordt vaak gedaan voor extra stevigheid.
  3. Plaats de betonpoer boven op de tegel. Zorg ervoor dat de poer waterpas en op de uitgemeten plek staat, zo’n 5 – 10 cm boven de grond uit.
  4. (Voor extra stevigheid zou je nog een zak sneldrogend beton kunnen toevoegen).
  5. Dicht het gat af met zand.
  6. Monteer het meegeleverde beslag op de paal. Draai de paal, na montage, vervolgens op het draadeind.
  7. Wanneer alle palen waterpas staan kan de verdere opbouw beginnen.

Hoe plaats ik dakshingles?

  1. Leg de eerste rij shingles omgekeerd. Van voor naar achter.

Zorg ervoor dat de shingles +/- 2 cm uitsteken vanaf het dakbeschot.

  1. Leg 2,5 shingles bovenop de 3 omgekeerde shingles. Deze wel op de normale manier, niet omgekeerd dus.
  2. Maak vervolgens een trappetje. Dit doe je door telkens één halve shingles minder te plaatsen boven op de rij eronder.

(2,5 à 2 à 1,5 à 1 à 0,5)

  1. Wanneer je een trappetje hebt kun je er hele banen van 3 shingles tegenaan plaatsen. Doe dit totdat de onderste rij bij het uiteinde van het dak is.
  2. Zodra de onderste rij bij het uiteinde van het dak is, moeten er weer shingles worden ingekort. De shingles moeten zover worden ingekort totdat ze gelijk komen te liggen met de laatste plank dakbeschot.
  3. Als beide kanten bedekt zijn komen er shingles over dwars op de nok van het dak te liggen.
  4. Dit doe je één shingle per keer. Totdat je bij de laatste aankomt. Deze shingle moet je inkorten tot en voorbij de bitumenlaag.

Het is belangrijk dat de shingles ver genoeg aan beide kanten oversteken. Is dit niet het geval? Plaats nog een extra rij met shingles.

  1. Werk uiteindelijk het dak af met de meegeleverde windveren en afdeklijsten.

Hoe plaats ik EPDM?

  1. Leg het EPDM uit over het gehele dak.
  2. Trek het recht totdat je aan alle zijdes genoeg ruimte over hebt.
  3. Vouw het EPDM aan de voor- en achterkant met zo’n 15 cm naar binnen.

Het is de bedoeling dat je ongeveer één plankbreedte vrijhoudt.

  1. Begin nu aan één van de zijkanten met het naar binnen vouwen van het EPDM.

Doe dit in vouwen van +/- 30 cm. Totdat je iets over de helft van het dak bent.

  1. Begin nu met lijmen. Breng zowel lijm aan op de vouw als op het dakbeschot. Beide wederom +/- 30 cm. Totdat je nog zo’n 15 cm over hebt tot de opstaande rand (boeideel). Doe hetzelfde aan de andere kant.
  2. Wanneer je aan iedere kant 15 cm over hebt, kun je beginnen met het afronden van het dak. Dit doe je door het laatste gedeelte dicht te plakken en de boeidelen tot aan de bovenkant mee te nemen.
  3. Zorg ervoor dat je in de hoeken een ‘puntzak’ maakt.
  4. Werk vervolgens het dak af met de afdeklijsten of alternatieve daktrimmen.
  5. Nadat de afdeklijsten of daktrimmen bevestigd zijn kun je het overige EPDM afsnijden met behulp van een stanleymes.

Hoe plaats ik een daktrim?

  1. Begin met het plaatsen van een hoekstuk.

Zorg ervoor dat de trim strak tegen de hoek aanzit.

  1. Plaats vervolgens een van de meegeleverde koppelplaatjes in de daktrim. Het koppelplaatje zorgt voor een verbinding tussen twee daktrimmen.
  2. De daktrim die je tussen de twee hoeken plaatst moet opgemeten worden.

Ze moeten namelijk precies op maat zijn en zo worden ze niet aangeleverd.

  1. Is hij te klein? Dan moet hij verlengt worden met nog een daktrim. Is hij te groot? Dan moet hij ingekort worden met behulp van bijvoorbeeld een ijzerzaag.
  2. Doe dit bij iedere zijde totdat je de laatste hoek moet verbinden.

Het koppelen van de daktrimmen gaan namelijk niet meer zodra alle hoektrimmen zijn gemonteerd aan de boeidelen.

Hoe plaats ik EASY-roofing?

  1. Begin bij het laagste punt van het dak. Teken 90 cm af. De rollen EASY-roofing zijn namelijk 100 cm en moeten iets over de dakrand vallen.

Alles wat je te ver oversteekt kan later afgesneden worden met een stanleymes.

  1. Rol nu de eerste baan uit. Dit kun je eenvoudig doen door de beschermfolie van de rol af te halen.
  2. Zodra de eerste baan aangebracht is het handig om een lijn te tekenen die 10 cm vanaf het uiteinde van het EASY-roofing ligt. Dit is namelijk de afstand die de tweede baan moet overlappen.
  3. Doe dit bij iedere baan totdat je het hele dak bedekt hebt.
  4. Snijd de hoeken wat in en plaats hier een stuk EASY-roofing overheen.

Zorg dat je dit netjes doet. Hoe netter, hoe minder kans op lekkage.

  1. Werk vervolgens het dak af met de afdeklijsten of alternatieve daktrimmen.
  2. Nadat de afdeklijsten of daktrimmen bevestigd zijn kun je het overige EASY-roofing afsnijden met behulp van een stanleymes.

Hoe plaats ik een stormankerset?

Er zijn twee soorten stormankers:

De houten-variant

  1. Boor drie gaten op de plekken waar de slotbouten moeten komen. Zorg ervoor dat de onderste strak vastzit. De middelste en bovenste mogen middenin zitten zodat ze nog kunnen werken.
  2. Plaats in de gaten de slotbout.
  3. Draai een ring + moer aan de binnenkant op de slotbout.
  4. Het stormanker is klaar om gebruikt te worden.

De metalen-variant

 Plaats op het draadeind een meegeleverd hoekje met daaronder een veer.

  1. Draai een moer op het draadeind zodat de veer en het hoekje nergens heen kunnen.
  2. Monteer het hoekje aan een van de onderste planken.
  3. Plaats het andere hoekje met een moer aan van de bovenste planken.
  4. Zorg ervoor dat het hoekje iets op spanning staat door de veer aan de onderkant.

De spanning mag minimaal zijn. De blokhut moet namelijk ruimte houden om te werken.

  1. Het stormanker is klaar om gebruikt te worden.